语法
Het partikel 地 wordt gebruikt om een adjectief te gebruiken als bijwoord.
他很慢地说。 Hij praat heel langzaam.
她热情地请他喝酒。 Zij nodigt hem vriendelijk uit om een borrel te drinken.
Het partikel 地 wordt gebruikt om een adjectief te gebruiken als bijwoord.
他很慢地说。 Hij praat heel langzaam.
她热情地请他喝酒。 Zij nodigt hem vriendelijk uit om een borrel te drinken.
Het werkwoord 上 kan gebruikt worden als complement van resultaat om aan te duiden dat gescheiden dingen terug werden verbonden of aan elkaar gesloten. Het werkwoord 开 daarentegen kan gebruikt worden om aan te duiden dat aaneengesloten of bij elkaar horende dingen van elkaar werden gescheiden.
- 关上门: De deur sluiten.
- 戴上围巾: een sjaal omdoen
- 打开书: een boek openen
- 切开苹果: een appel snijden
Met 有/没有 kun je aanduiden of iets gelijk is of op hetzelfde niveau zit als iets anders. Het tweede object is dan hetgene waarmee vergeleken wordt. Een aantal voorbeelden:
- 他租的房子有这套房子大吗? Is dit huis groter dan het huis dat hij huurt?
- 这个乐曲又没有哪个乐曲感人? Is dat stuk muziek ontroerender dan dit stuk?
- 中国人没有比利时人那么喜欢喝咖啡。 Chinezen drinken niet zo graag koffie als Belgen.
太阳(月亮)上来(下去)了。 De zon (maan) is opgekomen (ondergegaan).
De constructie 一边...一边... kan enkel toegepast worden met werkwoorden: 我一边喝茶一边看书. Voor adjectieven gebruik je de constructie 又...又...: 她又年轻又漂亮.
和 kan ook de betekenis hebben van "in vergelijking met", bv: 和美国,中国更大.
买完东西以后,我还剩10欧元。 Na het winkelen had ik nog 10 euro over.
- maatwoord voor een paar eetstokjes: 一双筷子
- maatwoord voor mes en vork: 一副刀叉
- maatwoord voor een mes: 一把刀
- maatwoord voor een vork: 一个叉
敬 gebruik je wanneer je met iemand het glas wilt heffen om bvb. een toast uit te brengen of om op iets te klinken. Dit wordt in principe ook enkel gedaan met 酒 of 茶: 我敬你.
来 wordt gebruikt ipv 要 of 买 wanneer je op een beleefde manier naar iemand zijn wensen vraagt: 您几来喝什么?
用 is ook een beleefdere vorm van 吃 en 喝: 请用茶, 请用菜.
碗 is zowat het enige woord in de serviesreeks waar geen 子 achter wordt geplaatst. Dit in tegenstelling tot bvb. de andere bekenden: 杯子, 瓶子, 盘子, enz.
Afwassen is dan ook 洗碗 en niet 洗碗子.
站起来: recht gaan staan
坐下来: gaan zitten
我看见她。↔ 我跟他见面。
他是鲁汶大学毕业的。
- 学完: klaar met studeren
- 学会: onder de knie hebben
一张纸: een blad papier
一个页: een bladzijde
我越来越喜欢吃中餐。
- Ik vind Chinees eten steeds lekkerder.
她说汉语说得越来越流利。
- Ze spreekt vlotter en vlotter Chinees.
才 kan (als tegenhanger van 就) vertaald worden als "pas", "net" of "nog maar", "slechts":
我等了半个小时,才上公共汽车。
- Pas na een half uur wachten, kon ik op de bus stappen.
我才看了一本书。
- Ik heb nog maar één boek gelezen.
我学汉语(学了)三年了。
- Ik studeer al drie jaar Chinees.
我已经四年没(有)学汉语了。
- Ik studeer al 4 jaar geen Chinees meer.
Het partikel 着 kan enkel gebruikt worden, wanneer het bijhorend object onbepaald is. Indien het bepaald is, moet je 在 gebruiken:
- 桌子上放着一本书。
- 书放在桌子上。
Van de bovenstaande zinnen kennen we reeds sinds jaar en dag een vereenvoudigde variant:
- 桌子上有一本书。
- 书在桌子上。
Wanneer je dus zou twijfelen of je 着 al dan niet mag gebruiken, kan je snel de vereenvoudigde variant met 有 proberen. Als dat gaat, kan je dus ww + 着 toepassen, anders gebruik je ww + 在.
In het Chinees betaan er een aantal werkwoorden die gecombineerd kunnen worden met een bepaald voorzetsel: de suffixwerkwoorden.
met 在: ww + 在 + plaats
- 我把书放在桌子上。
met 给: ww + 给 + meewerkend voorwerp
- 我把书还给弟弟。
met 到: ww + 到 + plaats of tijdstip
- 我看书看到晚上十一点。
- 我把书看到第五部分。
met 成: ww + 成 + voorwerp
- 他把“西游记”翻译成荷兰语。